Een rare zomer

Links een klus. Rechts Gijs

We beleven een rare zomer, mijn man en ik. Nu hoor ik u denken: wie niet? Het is inderdaad voor iedereen een rare zomer met dat onzichtbare virus, dat nog steeds rondwaart. Ik had eigenlijk gehoopt dat het veel minder erg zou worden, dankzij de hogere temperaturen maar het aantal besmette personen neemt toch weer toe. Ik geef de vakantiegangers de schuld en corona is hun souvenir. Dat is te simpel, ik weet het.

Onze zomer wordt gekenmerkt door twee woorden; stress en werk. Er wordt hier wat afgewerkt en het is nog lang niet af. Ik zweet peentjes op de tuin omdat we geen tuinman meer hebben. Verder probeer ik het huishouden te bestieren met zeer wisselend succes. Het huis is groot. Ik ben er altijd wel wat kwijt. Dan ren ik van boven naar beneden en terug om te zoeken. Wel goed voor de conditie, niet voor mijn overbelaste geest.

Je druk maken

Mijn man heeft het ook druk en als hij het niet druk heeft, maakt hij zich wel druk. De zonnepanelen moeten vervangen en hij denkt dat hij dat zelf kan fiksen. Dat kan natuurlijk maar is een enorme klus. Daarmee bedoel ik niet de dagenlange zoektocht op internet naar betaalbare exemplaren en subsidieregelingen. Maar wel het letterlijk plaatsen van de gevaartes, nadat ze zijn bezorgd. Hij bouwt er zelfs een liftje voor. Nu vind ik (af en toe) dat hij het dak op mag hoor maar niet onder begeleiding van genoemde capriolen. Ik hou mijn hart vast maar het gaat goed.

Een paar zaden en kijk nu eens!

Een deel van de stress is van medische aard en dan heb ik het naturlich over mijn voeten. Ik ga naar de huisarts voor een verwijzing voor de voetchirurg. Nadat ik de halve Eifel heb doorkruist voor de voetchirurg, die gelukkig een operatie nog niet nodig vindt,  moet ik op zoek naar iemand die steunzolen maakt; check! Maar de beste man heeft mij aan de telefoon niet goed begrepen; teen-ortheses maakt hij niet. Maar hij wil wel rondvragen…

Klassieke botsing

In Nederland had ik voor alles één adres. Ik was zoveel minder tijd kwijt maar ik leer wel heel goed autorijden nu. Hoewel? Door alle stress heb ik mijn eerste aanrijding veroorzaakt. Een kleintje hoor, bij een stoplicht achterop de voorligger. Ik dacht dat ik er goed vanaf gekomen was tot ik foutmeldingen kreeg in een paar systemen. Ik moet dus binnenkort naar de werkplaats.

Thuis ren ik af en aan om onze binnenhuisjungle van verdroging te redden. Buiten giet en sproei ik me suf omdat veel bloembakken ons zo leuk leek. Ik geniet intens van de bloemenpracht maar het is, hoe zal ik het zeggen, wat veel. De kat moet naar de dierenarts. Niet 1 maar wel 4 keer. Hij moet onder narcose. Ik hou mijn hart vast. Ik begin een beetje te begrijpen hoe werkende moeders zich voelen. Werkende moeders die er alleen voor staan. Respect!

De Eifel – Rursee

De stekker eruit

Als het me allemaal teveel geworden is, trek ik de stekker eruit en ga naar de caravan. Daar heb ik maar een paar bloembakken en een heel klein huisje dat in twee tellen weer van kant is. Ik ben daar ook nooit iets kwijt. De eerste keer dat ik alleen ga, gaat mijn man juist het dak op. Ik voel mij een slechte echtgenote. Ik zou natuurlijk moeten opdraven met stukken fris gesneden meloen voor hem en zijn hulp. En glazen limonade…oh nee; bier moeten verstrekken. In de avond zou een salade er vast wel ingegaan. Ik geef niet thuis. Ik ben moe.

De keer erop ga ik als ik naar de voetchirurg moet. Dat is dichter bij de caravan dan bij ons huis. Het nuttige met het aangename verenigen is heel prettig wanneer je niet veel puf hebt. Gelukkig regent het nu af en toe en heb ik thuis in ieder geval buiten minder werk. Ik doe net of ik het onkruid niet zie opschieten. Een mens moet zijn ogen voor sommige dingen gewoon sluiten. In het najaar wil ik best weer door de knieën maar niet nu!

Nu is het zomer en ik proef het elfde gebod borrelen: Gij zult genieten. Of op zijn minst ontspannen dan.