geloof & spiritualiteit


Mij ontbreekt niets

Mir wird nichts mangeln

Vanmorgen ging mij een licht op, dat mij iets helder maakte ten aanzien van psalm 23. U kent deze psalm vast en anders zou ik zeggen; zoek hem op. Hij is prachtig en vertelt over God als onze herder.

De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;
2Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
3Hij verkwikt mijn ziel.
Hij leidt mij in de rechte sporen
om zijns naams wil.

Hoe mooi ik het beeld dat geschetst werd ook vond; ik worstelde erg met de rooskleurige schildering. Ik zag zoveel gebrek in de wereld. Zoveel leed. Waar was die goede Herder in deze nood? Heel persoonlijk voelde ik vooral gebrek op het gebied van gezondheid. Maar ook die grazige weiden kon ik niet ontdekken. Om over rustige wateren maar te zwijgen. Had ik iets niet goed begrepen?

Wie verder leest ontdekt al meer. Het leven kent ook dalen. En voor sommigen zijn die lang en zwaar. We hoeven er echter niet alleen doorheen. Diezelfde herder is dan juist aan onze zijde:

4Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,
ik vrees geen kwaad,
want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

Ook eindigt de psalm hoopvol want er ligt voor ons nog veel moois in het verschiet:

5Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen;
Gij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
6Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven
tot in lengte van dagen.

Dit duidt niet alleen op het leven hier maar ook op die eeuwigheid bij God. Zei Jezus niet dat in Zijn Vaders huis vele woningen zijn? (Johannes 14 vers 2) Zoals hierboven beschreven had ik de bekende psalm gelezen en begrepen. Van boven naar beneden lezend maar nooit andersom. Niet begrijpend dat er meer is dan Zijn bijstand in de rol van Herder. Niet beseffend dat het geen gebrek ook heel anders op te vatten is.

De eerste vijf woorden bevatten namelijk het antwoord op de geen-gebrek-vraag. Want op aards niveau zou je maar vastlopen. Daarom is het alleen geestelijk te verstaan. In Jezus heeft God zich als ultieme goede herder aan ons gegeven. Het geen gebrek leiden ligt in Hemzelf verborgen. Wanneer we Hem kennen en als Heer aanvaarden hebben we Alles gewonnen en dan ontbreekt het ons aan niets, hoeveel aards gebrek er ook nog is. Zulk inzicht is iets waarin we mogen groeien.

Paulus beschrijft deze groei  onder andere in de brief aan de Efeziërs hoofdstuk 3, verzen 17  tot en met 19….

opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, 18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te (be)vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

Vooral vers 19 geeft dat prijs waar ik op doel. Namelijk het ten volle kennen van de liefde van Christus en vervuld worden tot alle volheid Gods. In het woord ‘volheid’ is geen enkel gebrek meer gelegen maar het is wel een volheid waarbij ik me afvraag of we die in ons aardse bestaan volledig kunnen verstaan. Je kunt het in ieder geval niet alleen. Je hebt er anderen voor nodig want er staat ‘samen met alle heiligen’. En we hebben er uiteraard het geloof voor nodig.

Niet het geloof in religieuze zin maar het geloof in relatie-zin. Relatie met Jezus, die dit heeft gezegd: Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. (Johannes 10)

Kent u Hem al?

 

Next page →
← Previous page