blogs


De laatste weken van mijn moeder

De jonge Paulien

Week 1-  1 september 2005

‘Misschien wordt dit het dagboek waarin ik zal opschrijven dat ma is overleden.’’

Ik staar naar de zin hierboven. Ik vind het eng het zo neer te schrijven, alsof er een onheilspellende kracht van de woorden uit kan gaan.
Ik probeer het van me af te schudden. Waar heb je anders een dagboek voor? Die is toch bedoeld om je zorgen aan toe te vertrouwen?

Mijn moeder is in het ziekenhuis beland. Er is sprake van een tia. Samen met een goede vriend zoek ik haar op. Vanaf haar bed is zij in gesprek met haar buurvrouw. Ik herken ma’s bemoedigende woorden aan het adres van de andere vrouw. Typisch ma om (zelfs hier) niet met zichzelf bezig te zijn.

Week 2

Ma ligt inmiddels alleen op de kamer. Ik ben aanwezig bij een gesprek met de arts naar aanleiding van een onderzoek. De dokter kijkt ernstig en ik zet me schrap. Het blijkt niet om een tia te gaan maar om een hersentumor. Gezien de ligging en grootte is het niet operabel. We zijn er stil van.

Wanneer de dokter weg is zegt ma: “andere mensen krijgen ook kanker dus waarom ik niet?”. Ik ben het niet met haar eens. Mijn moeder heeft immers al meerdere chronische kwalen en is hierdoor gehandicapt. Ze is zo breekbaar, hoe moet ze dit doorstaan? Ik bid veel dezer dagen.

Week 3

Er zal een stukje van de tumor worden genomen. Dit heet biopsie ofwel een ‘biopt nemen’. Het idee van een naald in haar hoofd vind ik heel erg eng. Maar de artsen willen de behandeling kunnen afstemmen op het type kanker. Daarom moet het weefsel eerst nader onderzocht.

Ondanks de vele slechte ervaringen met medici heeft mijn moeder toch vertrouwen in de artsen. Zij denkt er niet aan om nu al dood te gaan. Ze wil de 70 nog halen. Ik heb een slecht voorgevoel maar wil haar daar nu niet mee belasten.

Week 4

Vandaag begraven we mijn moeder. Het is toch mis gegaan. De bloeding die tijdens de biopsie ontstond bleek niet te stuiten. De artsen hebben haar te laat met de bloedverdunners laten stoppen, begrijpen we later. Een medische misser. Ik noem het een bijzondere vorm van genade want ma was voor alle behandelplannen veel te zwak. Haar is een laatste lijdensweg bespaard gebleven. Alleen dat we nu geen echt afscheid hebben kunnen nemen vind ik wel heel erg.

De begrafenis is zo druk dat niet iedereen kan zitten. Er zijn veel jonge mensen bij, die mijn moeder kenden vanuit haar rol als pastoraal werkster. Werk dat zij de laatste jaren ook vanaf haar bed moest doen omdat ze nog maar kort kon zitten. De verhaalde herinneringen zijn fijn voor ons als familie. Ze komt daardoor nog even heel dichtbij.

Mijn broer krijgt drinken

De weken na haar overlijden zit ik veel buiten. De september-zon is warm en troostend. Ik kan alleen huilen wanneer ik over haar schrijf of iets terug lees wat ik over haar heb geschreven. De geschreven taal blijkt de toegangspoort tot mijn verdriet.

Op een nacht verschijnt mijn moeder in een droom. Mijn vraag aan haar is dringend: “was je niet bang?” “Ach nee” zegt ze nuchter en dan plots op meelevende toon: “maar ik vond het zo rot voor jullie!”  Ik word wakker en denk : “typisch ma” om zelfs nog na haar dood eerst aan de ander te denken…

Bij de foto’s schreef mijn vader destijds onderstaand gedicht

Pauliens nalatenschap

Haar hand was gemaakt

om liefde te geven,

hetzij voor een aai,

of drinken ten leven

Een ander benodigde

aandacht te schenken,

te helpen waar nodig,

dit noodt tot gedenken.

Je graf is een kleinnood

vol bloemen en pracht

jou ter gedacht’nis

voor al wat je bracht.

Daarom te zeggen:

“adieu lieve meid”

is ons een genoegen

het weerzien  verbeid.

 

gerelateerd: https://annderverhaal.nl/2018/12/09/de-raampjes-van-mijn-moeder/
Next page →
← Previous page