Symptoombestrijding

“Ik heb er al duizend meter opzitten en ik heb nog duizend te gaan”. Verwonderd staar ik de oude man aan. Wat bedoelt hij? Maar nu zie ik wat hij doet. Hij staat op de plek en trappelt.

“Het helpt tegen het water in mijn benen”. Opnieuw pijnig ik mijn brein want ik kan de man niet volgen. Water? We liggen toch in het zwembad…Gelukkig doet mijn brein het nog. ‘U hebt vocht in de benen?’ vraag ik geheel ten overvloede.

De man neemt mij mijn trage begrip niet kwalijk en vertelt vrolijk verder over de voordelen van zwemmen. Hij gebruikt ook plaspillen maar die werken niet half zo goed. Nee, dan zwemmen. Hij is net nog naar de wc geweest en heeft zeker een liter geplast. Ik luister en knik en bedenk me ondertussen hoe bijzonder het is dat hij dit zo spontaan vertelt. Ik kan hem oprecht zeggen blij voor hem te zijn, voor ik verder zwem.

Zwak hart

Wanneer ik na een volgend baantje mijn man tref, kan ik het niet laten het verhaal van de man te vertellen. Maar mijn man reageert heel anders dan verwacht. ‘Dat neemt het probleem niet weg’ zegt hij ontnuchterend en vervolgt met een vraag ‘weet je wat de oorzaak is van vocht in de benen?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Een zwak hart. Wat die man doet is symptoombestrijding.’

Ik schrik van de woorden ‘zwak hart’. Het klinkt akelig, alsof de oude man ieder moment om kan vallen. Hopelijk kan de man zijn zwakke hart met het zwemmen toch nog wat sterken. Ik gun hem immers nog een mooie tijd van leven. Daarbij is er toch ook niks mis met symptoombestrijding, opper ik voorzichtig. De medicijnen die ik gebruik doen immers niet veel anders. Daar kan mijn man niks tegenin brengen.

Perspectief

We hebben allebei gelijk maar vanuit een ander perspectief. Een arts wil graag het probleem oplossen. De patiënt is vaak al blij wanneer de klachten verzacht worden. Ik begrijp daarom goed dat de oude heer vrolijk verteld heeft over hoe goed het zwemmen hem doet. Maar als ik hem even later bij de omkleedhokjes tref, schrik ik haast wanneer ik in zijn vriendelijke gezicht kijk. Weet hij het wel, vraag ik me af. Weet hij wel dat hij een zwak hart heeft?

Ik corrigeer mijn onnozele gedachten. Natuurlijk weet de beste man dat. Misschien zwemt hij wel op dokters advies. Moderaat bewegen is goed, heb ik mij laten vertellen door mijn man. ‘Moderaat’ klinkt weer heel goed. Heel wat beter dan ‘zwak hart’. Terwijl ik me aankleed denk ik na over wat woorden met je doen. En hoe verschillend de klank en betekenis kan zijn. Wat voor de één slechts symptoombestrijding is, is voor de ander een grote zegen.