Het verband tussen wespen en genade

Opgepast!

In dit jaargetij hebben wij regelmatig last van ongenode gasten. Ik doel nu niet op mensen maar kleine beesten met een zwart/geel streepjespak aan. Ze komen niet voor ons want zo leuk zijn we niet. Nee, ze komen voor wat voor ons staat in beker of bord. Zodra ze verschijnen verstijf ik van schrik. Ik ben namelijk een beetje bang voor wespen. Mijn man niet. Hij heft zijn hand al…

Dat kan hij beter niet doen. De beestjes laten zich namelijk niet zo makkelijk afschrikken. Eerder worden ze agressief wanneer je naar ze mept of blaast. Daarom blijf ik zo rustig mogelijk zitten en pas goed op bij het eten want zo’n gast wil ik niet in mijn mond krijgen. Ik gun ze tussendoor toch maar een hapje of slokje. Want al zijn ze niet uitgenodigd, gastvrijheid is een fijne deugd.

Vervelende mensen

Vanmorgen lag ik in bed over wespen na te denken en kwam de vergelijking met vervelende mensen in mij op. Ken je dat; van die gasten die je om je heen hun negatieve energie lopen rond te zoemen? Klagers zijn het, niks is goed. En wanneer ze met iemand een probleem hebben, ligt het altijd aan de ander. Nooit eens de hand in eigen boezem steken, heel irritant.

Terwijl ik zo over lastige mensen nadacht vroeg ik me af: wanneer was ik voor het laatst een wesp voor iemand anders? Een vraag die een echt vervelend mens niet stelt maar ik wil mezelf nu niet teveel op de borst slaan. Alleen omdat ik aan introspectie doe, maakt dat van mij nog geen makkelijk mens. Hooguit een eerlijke lastpak!

Behoefte onhandig vertaald

Goed, ik ben dus ook wel eens een wesp. Vooral wanneer; ik me niet gehoord voel, tegen muren aanloop of me rot voel. Dan ga ik lopen zoemen. In alle gevallen zou een fijne pakkerd me zeer welkom zijn maar mensen hebben in de regel geen zin om wespen te knuffelen. Het is een behoefte die op zo’n moment onhandig wordt vertaald. Mijn man weet zich dan geen raad met mij.

Hij gaat gelukkig niet meppen maar ik krijg wel de wind van voren en net als een wesp vind ik dat onplezierig. Ik zoem nog bozer en het kan tot steken komen. ‘Had me dan ook even een knuffel gegeven’, zeg ik achteraf. ‘Niet wanneer je zo doet’, antwoordt hij ad rem.

Zouden andere lastpakken niet ook gewoon wat liefde nodig hebben, vroeg ik me vanmorgen af. Ik denk dat het voor sommigen inderdaad zo werkt. Niet dat we ze in alles gelijk moeten gaan geven hoor en ‘arme jij’ moeten gaan roepen maar zou een beetje vriendelijkheid niet heel behulpzaam zijn? Is dat ook niet genade? Dat je een ander geeft wat hij eigenlijk niet verdient?

Ik ben benieuwd hoe u het ziet.