Een nieuwe lente

Een gedicht van vader Feico op zijn geboortedag

jong blad

O, oerend bos,

haast moet ik huilen

en tranen plengen op ‘t mos

als gij uw groen weer uit doet puilen.

Maar de *vermoeidheid wisselt boom

en wekt mij uit de bladerdroom

tot ‘t ingaan van de lichaamsfase.

Alsdan vergeet ik mijn verdriet,

het hoeft voor mij zo nodig niet,

en keer ik weer, dan keer ik weer

en heb geheel geen hartzeer meer.

 

*Pa had door zijn hartkwaal last van zwaktes tijdens de zo geliefde wandelingen. Een bank of boomstronk om even te zitten was dan zeer welkom. Een ginko-tablet had hij paraat in de zak. Geen hartzeer is dus zowel letterlijk als figuurlijk te nemen zoals dat in de dichtkunst wel vaker het geval is.