Tag Archives: natuurbeleving


De boodschap van het bos

klarenbeekIk wandel door het bos. Zacht knisperen de bladeren onder mijn voeten. Er ligt al veel door de hete zomer. De bomen hebben geleden maar staan toch nog fier overeind. Ze hebben al zoveel doorstaan: zwoele lentes, hete zomers en koude winters vol sneeuw en ijs. Eén hete zomer meer of minder is voor het bos best te doen, al staan de bramen er heel wat slechter bij. Alle vruchten zijn verdroogd en er valt niks te plukken. Maar de bomen wortelen dieper en kunnen meer aan. Een zachte wind strijkt langs mijn wang en lieflijk filteren de bladeren boven mij het zonlicht.

liedje

De wind neemt wat toe en de bladeren beginnen te ruisen. Het is alsof er een liedje door speelt met de bladeren als gevoelig instrument. “Dus je gaat ons verlaten?” zingt het bos en een echo weerklinkt in de rijen die volgen: “verlaten…verlate…verlaat”. Ik weet waar het bos op doelt. Het heeft mij al een tijd niet meer gezien hier, wandelend onder zijn takken, struinend op zijn paden. We hebben al lang niet meer met elkaar gesproken en dat spijt mij meer dan ik zeggen kan.

“Er zijn daar ook bossen” fluister ik terug op de vraag, alsof ik een excuus zoek. “Niet zo dichtbij jou als ik ben” antwoordt het bos rapper dan ik had verwacht: “wij zijn elkaar steeds nabij geweest, nietwaar?” Ik moet het bos gelijk geven. “Dat klopt lief bos” Ik weet niks beters te zeggen en zucht. Wat heb ik hier toch vaak gewandeld en wat deed mij dat altijd goed. De bomen hebben mij altijd weer met hun liederen tot rust gebracht. God heb ik hier vaak heel wat beter kunnen vinden dan in welk kerkgebouw dan ook. De bomen, ze zijn mij lief. Ik heb naar hen opgekeken in de wetenschap dat zij er al stonden voordat ik bestond en dat ze er nog zullen staan wanneer ik ben heen gegaan. Dat ik hen nu verlaat terwijl ik nog leef is ook voor mij wennen.

klein mensenkind

“We zullen je missen” zeggen de bomen. Ik weet niet of ze het menen want wat beteken ik voor die boom? Ik ben slechts een mens die aan hen voorbij is gegaan. Die hen heeft zien staan en op waarde geschat. Misschien is dat voor een boom best bijzonder. Al heb ik ze niet geknuffeld en over hun boodschap aan mij ook nooit gesproken. Mensen vinden dat soort gedachten maar raar. Anne de bomenfluisteraar! Maar of het nu zinsbegoocheling is of niet voor mij heeft het bos wat te zeggen. De lange levensduur van een boom wanneer hij niet wordt gekapt zegt mij iets over mijn eigen eindigheid. Het gezegde; boompje groot, plantertje dood’ spreekt mij aan. Wie ben ik? Een klein mensenkind met een beperkte tijd op aarde.

stukje paradijs

Iets van het paradijs is voor ons achtergebleven. We moeten daar zuinig mee omgaan. Dat zeggen de bomen ook tegen mij. De dieren trouwens ook. Want ik heb van mijn kat geleerd wat vertrouwen en overgave inhouden. Voorbeelden te over in de natuur.

Zo in mezelf en mijn gedachten ben ik het bos uitgelopen. Ik vergat afscheid te nemen maar dat geeft niet. We zullen elkaar immers weerzien. Want we leven nog: het bos en ik. En ook bomen weten dat afscheid net zo relatief is als tijd.

Next page →
← Previous page