gedichten van Pa


Dagdromerij

velden

Het over de eindeloze velden staren,

waar wind streelt door de korenaren,

daar laat ik naijver en nijd in vrede varen,

als wolken door de wind uiteen gedreven,

de einder tegemoet, waar alle streven

tot de macht min oneindig wordt verheven

De leeuwerik stijgt op en roept

zijn liedje van verlangen,

maar leeg ben ik, ontledigd van belangen.

Alleen mijn adem zei mij dat ik leef,

maar ’t einde was zo ver, zodat ik bleef.

Zolang het licht het in mijn ogen mij gedoogt,

zolang zal ik blijven staren, Gode zij geloofd.

Next page →
← Previous page