poëzie


Witte chrysanten

chrysanten gedicht

Piekharend wit

staan zij te pronken

en schalks te lonken

naar wie hen bezit.

Knokige schonken,

groenlobbig blad,

staande in ’t bad

met geluk overschonken.

Tuitend hun ogen,

verblind door ’t licht,

naar waar ’t duister

voor de stralende luister

des daags is gezwicht.

Sneeuwwitte bruiden,

hoe zal Uw naam heten

om nooit te vergeten?

Herbadomini moge ’t luiden.

Nomen est omen.

Gij reine maagden,

als gans onversaagden,

van wie dromen uitkomen.*

 

 * bijvoorbeeld om de paradijstuinen op te vrolijken en te sieren.
Next page →