poëzie


Luister-liefdeslied

liefde

Ontspannen lag ik te luistren

onder haar arm in d’okselnis

naar iedere ademtocht, als naar het fluistern

van haar geheimenis.

Zoals de wind nooit moe wordt

van het spelen door de bomenkruin,

zo bleef haar pneuma onverkort

mijn ziel beroeren in mijn geestestuin.

Ach, mocht dit eindloos duren

dit ademhalingsspel

tot in de kleine uren:

volhouden wilde ik wel.

Toen is het er toch van gekomen:

de betoovring verbrak door haar lach

en beëindigde de dromen

van haar minnaar van iedere dag.

Nu moet ik telkens die beelden

oproepen van mijn harde schijf,

maar beelden zijn maar beelden

en hebben geen ziel, noch een lijf.

 

Geschreven door pa, na het overlijden van mijn moeder Paulien die -deze maand- alweer 12 jaar niet meer bij ons is.
Next page →